De kans is groot dat ook jij wel eens gecorrigeerd bent voor een verkeerd gebruik van de woorden ‘als’ en ‘dan’. Het blijkt dan ook een verdomd lastige taalkeuze voor vele Nederlanders. Allebei gebruiken we ze om twee zaken met elkaar te vergelijken. Als deze gelijk aan elkaar zijn, gebruik je het woord ‘als’. Gaat het om een ongelijkheid en dus verschil, dan kies je voor ‘dan’.

Dus, kort samengevat is het:
Ik ben sneller dan jij. Ik ben net zo snel als jij.
Hij is groter dan zij. En hij is even groot als zij.

Taaltip: Gebruik ‘dan’:

  • na een vergrotende of overtreffende trap
  • na de woorden ‘ander(e)’ of ‘anders’

Enkele voorbeelden:

  • Een olifant weegt veel meer dan een mug.
  • Mijn zus kan beter leren dan ik.
  • Anders dan mijn broer ga ik liever niet op skivakantie.
  • Het probleem heeft een andere oorzaak dan ik dacht.
  • Bloemkool is een ander type groente dan prei.

Taaltip: Gebruik ‘als:

  • bij vergelijkingen met ‘(net) zo’ en ‘even’.

Lotte is even oud als Daan.
Mijn opa is net zo vrolijk als mijn oma.
Frankrijk is dertien keer zo groot als Nederland.

Hopelijk hebben we deze taalregel iets duidelijker kunnen maken voor je. Mocht je die toch een keer vergeten, dan kun je deze taaltip altijd nog eens nalezen!

Toe aan nog meer inspirerende taaltips?

Lees meer