Is jouw grootste taalstruikelblok misschien dat je altijd moet gokken of het ‘jou’ of ‘jouw’ is? Dan is deze taaltip een must-read voor jou! Twee woorden die in uitspraak exact hetzelfde zijn, maar in schrijfwijze een minimaal verschil kennen in de vorm van de letter – w. Logisch dat je daarom snel geneigd bent om de verkeerde keuze te maken.

Wanneer gebruik je ‘jou’ en wanneer ‘jouw’?

Je gebruikt ‘jou‘ als je verwijst naar een persoon. Dan is er sprake van een persoonlijk voornaamwoord. Ook mij, ons, jullie en u zijn voorbeelden van persoonlijke voornaamwoorden. Een kleine tip: probeer ‘jou’ in een zin te vervangen door een naam van een persoon, dan weet je dat het ‘jou’ zonder -w is. Zie de volgende voorbeelden:

  • Ik heb jou (/Iris) uitgenodigd voor mijn verjaardag.
  • Heeft de dokter jou (/Tom) al gebeld voor de uitslag?
  • Ik zet jou (/Olaf) op de reservelijst.

Jouw‘ gebruik je om te verwijzen naar een bezit. Daarom heet het een bezittelijk voornaamwoord, net zoals mijn, haar/zijn, onze, jullie en uw dat zijn. Wil je zeker weten of het ‘jouw (met een -w is)’, dan kun je dit woord vervangen door een naam+zijn/haar. Enkele voorbeelden:

  • Is dit jouw (Jeroen zijn of Jeroens) auto?
  • Ik wil jouw (/Christel haar of Christels) jurk wel lenen.
  • Heb jij jouw (/Kim haar of Kims) vakantie al geboekt?

Taaltip: Als je verwijst naar een persoon (persoonlijk voornaamwoord), dan gebruik je ‘jou’. Vervang ‘jou’ door een willekeurige naam als ezelsbruggetje.
Als het gaat om een bezittelijk voornaamwoord gebruik je ‘jouw’. Controleer door ‘jouw’ te vervangen door een naam+zijn/haar.

Toe aan nog meer inspirerende taaltips?

Lees meer